Stedentrip naar Oslo? Alsjeblieft! Een bucketlist met alles wat je niet mag overslaan

Streetart in Oslo

In de knusse eettentjes in Oslo plof je telkens neer in een stijlvol decor, feilloos ingericht in de populaire Scandinavische stijl. Je vindt er trendy wijken met vintage winkeltjes en muren vol artistieke straatkunst. En sporadisch een Noor op straat met ski’s over de schouder gegooid. Oslo is tenslotte omzoomd met bergen, de natuur is nooit ver weg. Welkom in de Noorse hoofdstad, die eerder aanvoelt als knus dorp.

Vintage shoppen in Grünerløkka

Grünerløkka is de hippere wijk van Oslo. De buurt staat bol van de kunstgalerijen, maar ook de muren vol straatkunst dragen bij aan de lokale art scene. In de straat Markveien kun je kiezen uit de leukste koffiebarretjes of hippe lunchrooms en op zoeken ware parels in een van de vele rommelige vintage winkeltjes. Wat voorheen een slecht imago had als industriële wijk, is nu een van de populairste wijken van Oslo.

Vintage shoppen in Oslo
Grünerløkka is het vintage walhalla van Oslo

✓ Afvinktip: koffiedrinken bij Retrolykke Kaffebar. Hier ga je even terug in de tijd en drink je je koffie compleet in retrostijl. (Oh, en ze maken trouwens de lekkerste wafels ooit).

Koffie in retro stijl bij Retrolykke
Koffie in retro stijl bij Retrolykke Kaffebar

Straatkunst langs de Akerselva Rivier

In Oslo kun je al lopend de stad een heel eind ontdekken. Wandel een stuk langs de Akerselva rivier, die stroomt op hoge snelheid dwars door het centrum van Oslo. Je kunt er vrijwel niet omheen. Je spot er watervallen, historische gebouwen en tal gezellige eettentjes langs het water. Maar wat meteen opvalt zijn de muren vol kleurrijke straatkunst. Houd die camera paraat, want dit wil je op de kiek.

Straatkunst in Oslo
Artistieke muurkunst in Oslo 

Wandelen langs de Akerselva rivier

Wandelen langs de Akerselva Rivier
Wandelen langs de Akerselva Rivier

✓ Afvinktip: borrelen is toch wel heel erg leuk in de Mathallen; een indoor foodmarket met de lekkerste borrelhappen, van biologische kazen tot Noorse zalm of homemade macarons. Een walhalla voor echte foodies.

Straatkunst in Grünerløkka
Straatkunst in Grünerløkka

Leukste stumble-upons om te eten

Spot je ergens ‘Pascal Patisserie’ in het straatbeeld? Zet dan voet over de drempel naar binnen. Hier eet je namelijk de lekkerste zoetigheden van Oslo. Scoor een versgebakken citroentaartje of vegan brownie. Of, bestel de Deense sandwich: Smørrebrød met gerookte zalm, roerei en mosterd-aioli. Ik wens je in ieder geval succes met kiezen.

Liebling is een hippe brunchspot in Grünerløkka wat waarschijnlijk al snel je nieuwe liebelings koffiespot wordt. Als humus-liefhebber is ook de keuze hier reuze. Een fijne pitstop voor brunch of lunch.

mangelsgården restaurant in Oslo
Mangelsgården restaurant in Oslo

✓ Afvinktip: op zoek naar een bijzondere locatie voor diner? Dan zit je bij Mangelsgården goed. Mits je weet waar het zit, anders loop je er in één adem voorbij. Het zit namelijk ietwat verstopt, op een binnenhofje op de Storgata 36H, in een 16e -eeuws cultureel erfgoedpand waar een lokale chef de sterren van de hemel kookt. Hier proef je bijzondere gerechten uit de Noord-Europese keuken, bereid met traditionele kooktechnieken. Elke hap is een feest voor je smaakpapillen. Trek er maar een aantal uur voor uit, want dit is pas echt fine-dining.

Fine dining in Oslo
Fine dining in Oslo
Fine dining in Oslo
Do we need to say more?

Drijvende sauna op z’n Noors

Ja, dat lees je goed. In Oslo is het volkomen normaal om in een groot oud wijnvat of houten vlot (lees: sauna) te dobberen op het water van de fjord. Deze sauna’s zijn 100 procent recyclebaar en gemaakt van drijfhout. Je vindt deze sauna’s in de thuishaven bij de Operahuset, het Operahuis van Oslo. Ben je een beginner? Ga dan in de zomermaanden, anders is de duik in de Oslofjord letterlijk ijskoud. Geen zorgen, je kunt er ook gewoon met een bootje naartoe roeien. Al is dit dus juist de reden waarom de Noren het liefst een verkwikkende duik nemen in de winter in de ijskoude fjord.

✓ Afvinktip: De Noorse sauna proberen, natuurlijk! Dûh. Dus op naar Salt! Maar, ga daarna vooral een warme choco drinken bij The Boat House, wat ook volledig is gebouwd van drijfhout.

Salt The Boat House
Salt The Boat House 

Oslo in december: een waar kerstsprookje

Je zult nog even heel wat maanden moeten wachten, maar in december kun je als kerstliefhebber in Oslo je hart ophalen. Geen straat zonder een deken aan duizend schitterende lichtjes. Geen plein zonder een torenhoge kerstboom in vol ornaat. En geen restaurant dat afdoet aan de Londense Harrods. Kortom, voor het ultieme kerstgevoel moet je dus in december naar Oslo.

Kerstmarkt in Oslo
Kerstmarkt in Oslo

En dan is er nog de kerstmarkt. Die overigens meer weg heeft van een geheel kerstdorp. Inclusief schaatsbaan, glühwein en zingende rendieren. Met een verlicht reuzenrad, dat torent overal bovenuit. Ja, die Noren weten wel van wanten. Naast de kerstmarkt in het centrum nabij voor het Noorse parlementsgebouw (Stortinget), is er nog een kleinere kerstmarkt op Youngstorget. Verborgen onder een reeks witte tipitenten. Hierbinnen koop je kleine cadeautjes voor onder de boom; van alpaca sokken tot rendierknuffels. Maar, je kunt ook lekkere borrelhapjes proberen, met glaasje Scandinavische glühwein (Glögg) of een flesje koude Lomb Høgruta; een fruitig, Noors biertje.

✓ Afvinktip: met de échte Kerstman op de kiek.

Kerstmarkt op Youngstorget in Oslo
Kerstmarkt op Youngstorget in Oslo
Continue Reading

Een mega vakantiekater.

Kelingking beach Nusa Penida

07.11 uur. Ik rek me uit in bed en voel met mijn tenen alweer de andere kant van mijn muur. Welkom in mijn knusse slaapkamer (6,1m2) middenin de Baarsjes waar ik met bloed en zweet (geen tranen, kom op zeg) een 1.80 box spring in heb gepropt. Zo ben ik dan ook wel weer.

Ik schuif m’n gordijn opzij en werp een blik naar buiten. Ik zie een grauwe, grijze lucht. Een perfect beklinkerde straat omzoomd met kale, droevig uitziende bomen. En een groene container vergezeld met blauwe dixie om het af te maken. Subliem plaatje zo.

De zon is ver te zoeken. Net als de wuivende groene palmbladeren, scheurende scootertjes met surfboard of regenboog smoothiebowls met drakenfruit. ‘Helemaal knudde met een rietje dit,’ zou m’n oma hebben gezegd.

Tussen ‘t luizenmoedervolk
Goed. Ik ben dus weer thuis. In Amsterdam. En ik kan je vertellen dat – na een maand op Bali (lees: 32 graden) – dat best even wennen is. Iets met koud en een kermis. Je weet ook, het moment dat je je backpack van die bagageband sleurt, wat je te wachten staat aan de andere kant van die  automatische schuifdeuren. ‘Het echte leven.’ Grappig genoeg is het niet zozeer de temperatuur waaraan ik moet wennen. Het acclimatiseren zit ‘m meer in dat uber Hollands beschaafde leven. Waar je om 17.30 uur in de file staat in de Heijn, boodschappend tussen ’t luizenmoedervolk. Waar iedereen praat over Heel Holland bakt in volle euforie. En waar je op een doordeweekse dag om 09.00 uur wordt verwacht met je knietjes onder een bureau druk aan de bak, want: presteren.

Frappant weetje: op de (werk)vloer van mijn co-work in Bali vroeg men niet hoe je je geld verdiende. Of voor welke glansrijke titels je allemaal wel niet schreef. Nee. Men vroeg wel hoeveel uur je per week werkte. En daar was alles mee gezegd.

Als de kat van huis is…
In deze blog schreef ik al over hoe angstaanjagend snel ik mij thuis kan voelen in een ander land. Pak ‘m beet zo’n 10.049 kilometer verderop. En ik vraag me dus af of iedereen dit heeft… Ik ontgrendel mijn slimme telefoon en scroll door de tientallen appjes van die groene babbelapp.

‘Hi Cathie, hoe gaat het met je terug-zijn-ongelukkigheid?’

Dit stuurt mijn (Bali) vriendin Lianne Marije Sanders. Ik kijk nog eens naar buiten en denk: ‘bar slecht.’ Dat blije eiland leven voelt ineens als een vurig gemis. Als een soort omgekeerde heimwee. Doe mij maar weer die grandioze kraters in de weg, gestoord mooie zonsondergangen en die continue zweetsnor. Zonder trambanen, vijf verdiepingen of rode stoplichten.

Feit is, als de kat van huis is, danst deze kat dus mooi op tafel.

Continue Reading

Op het eiland Nusa Penida nabij Bali vind je nog het échte eilandleven

Nusa Penida Broken Beach

Met een klein pruttelend motorbootje – wat ze hier een speedboot noemen – tuffen we het grote water op. In de verte zie ik blauwgrijze contouren van hoge bergen in de mist. Op naar het volgende eiland: Nusa Penida. Het grotere, onbekende zusje van Nusa Lembongan waar ik slechts één dag geleden aankwam.

Het voelde wat gek om zonder dit eiland te hebben gezien, alweer onderweg te zijn naar het volgende. Maar door de verhalen die ik hoorde, kon ik het niet laten… Weinig toeristen. Hoge kliffen met woeste golven. En een ongetemde wildernis. Dat moest ik zien.

Aankomst bij Nusa Penida
Aankomst @ Nusa Penida

Ik miste het lokale leven Canggu
Zoals ik al eerder in deze blog beschreef, is Canggu een fantastisch onderkomen voor elke ‘digital nomad.’ Of backpacker die de laid-back eiland vibe wil meemaken. Prachtige zonsondergangen en heerlijke beachclubs, gaan moeiteloos hand in hand met een ontelbaar aantal hippe koffietentjes en vegan hotspots. Ik voelde me al snel thuis. Maar echt tot rust komen, doe je er niet. De scootertjes vliegen je om de oren en je hoort elke dag gedril en geboor. Je loopt geen straat door zonder aanleg of constructie. En de kinderen die hun ouders helpen in de bouw, vind ik schrijnend om te zien. Ik ben bang dat Canggu er over een jaar of twee hetzelfde ‘aan toe is’ als Kuta en Seminyak. Begrijp mij niet verkeerd, ik vind het heerlijk om Canggu een tijdje mijn thuis te noemen, maar ik hunkerde – onverwacht – toch naar meer. Ik wilde namelijk even ontsnappen aan de ‘Amsterbubbel’ en kwam hier eigenlijk in de volgende terecht. Na twee weken in Canggu betrapte ik mezelf op het terugsturen van een juice, omdat er ‘te veel ijs’ in zat. Waar hebben we het over? Anders doe je ff lekker normaal Cath, dacht ik achteraf.

Canggu is niet ingericht op locals, maar op ons jonge, ‘rijke’ Westerlingen. En dat ging toch een beetje knagen…

Nusa Penida: een groene wildernis zonder 4g
Dus, besloot ik op zoek te gaan naar die wildernis. En dat was het echt. Natuurlijk waren er sporadisch kluitjes toeristen te vinden, maar het eiland is verder nog totaal niet ontwikkelt. Je vindt er nog maar weinig accommodatie mogelijkheden en ‘hippe’ tentjes zijn er niet. Een wiebelende plastic tuinstoel kun je krijgen. Of een kaarsrechte stellage van hout. En het moment dat je voet in zee zet (de laatste paar stappen vanaf de boot naar het strand) verandert je 4g naar ‘geen service.’ Kortom; welkom in het échte eilandleven.

Viewpoint bij Angel's Billabong
Viewpoint bij Angel’s Billabong

De overtocht van Nusa Lebongan naar Nusa Penida kost je slechts 10 minuten en 5 euro, en je bent al zó veel indrukken rijker. Eén tip: ga NIET zelf met een scooter op pad. Tenzij je een heel ervaren rijder bent. De wegen zijn nog erger dan in Afrika, dus als je een zwakke maag of rug hebt, zou ik er wel twee keer over nadenken. Er zitten giga kraters en gaten in de weg, een maanlandschap is er niets bij.

Ongetemd groen oerwoud
Vanuit mijn raampje achterin het busje, tuurde ik over de stroken aan ongetemd groen. Die leken soms eindeloos. Men laat hier de natuur gewoon op z’n beloop, een prachtig gezicht. De eerste stop was in Broken Beach area, waar we een verkoelende duik namen in Angel’s Billabong. En dat wil je, want de gevoelstemperatuur is 36 graden en je zweet je de peentjes. Waarna we doorliepen over de natuurlijke brug van Broken Beach zelf. Bizar mooi. Als je me toen verteld had, wat ik een paar uur later aan het doen was – had ik je voor gek verklaard. Of eigenlijk, mezelf dus.

Broken Beach op Nusa Penida
Broken Beach op Nusa Penida

Een paar uur later… op Kelingking beach
Na een korte rit kwamen we aan bij de T-rex. Oftewel: een van de mooiste kliffen die ik ooit heb gezien. Welkom bij Kelingking beach. Een idioot mooi uitzicht, wat ervoor zorgt dat je zo 100 foto’s verder bent in je filmrol. Tot je nog eens goed naar beneden kijkt en ziet dat je dat kleine paradijselijke strandje met de fel turquoise blauwe zee ook kunt bereiken. Tussen de foto’s schieten door, ontstond de discussie al onderling (ik was op een groepstour dus vandaar. Thank God, trouwens. Maar dat leg ik later uit) of we wel of niet de tocht naar beneden gingen maken. Een ding is zeker: heel druk zal het beneden niet zijn, want niet ieder durft deze uitdagende klim naar beneden aan. Het was namelijk echt wel even afzien. Over stukken rots met soms enkel een stuk bamboe of touw om je lichaam aan vast te klampen. Met sommige ruige stukken, letterlijk verticaal. En laten we de 36 graden even niet vergeten… Tip: doe dit NIET op slippers.

Kelingking beach op Nusa Penida
Kelingking beach op Nusa Penida

Thank God.
Goed. Hier komt nog even de Thank God referentie. Want THANK GOD dat ik dit niet alleen heb gedaan, dan was ik waarschijnlijk – nee niet waarschijnlijk, SOWIESO – rechtsomkeert gegaan ergens halverwege de barre tocht. Maar wat was het het waard. Dat moment dat je je voeten zet op het brandend hete spierwitte zand, je doorweekte kleren uitgooit en met je laatste energie een sprintje inzet naar die ultiem helderblauwe zee. De golven waren ruig en woest, dus erg ver durfde ik niet te gaan. Maar man, wat is het daar onwaarschijnlijk mooi. En ja, je voelt ‘m al aankomen. Daarna moesten we nog terug omhoog…

 

Meer blogs over Bali? Die lees je hier

Continue Reading
1 2 3 29