Solo reizen: een maand naar Italië (Turijn)

Turijn

Eens in de zoveel tijd ontsnap ik graag aan de waan van Amsterdam. Zo was ik in februari een maand op Bali en in juni stond Turijn op de planning: de voormalige hoofdstad van Italië.  Een prachtige stad waar je rondloopt in een idyllisch decor van barokpaleizen, riante piazza’s en historische koffiehuizen. Met nauwelijks toeristen of Engelssprekende Piemontezen.

‘Il dolce far niente’

Helaas door een lange, lange tijd teveel stress stevende ik sneller af op een burn-out, dan ik zelf doorhad. Het grootste probleem was dat ik niet meer wist hoe ik moest ontspannen. Ik stond de héle tijd ‘aan.’ Ik moest het opnieuw leren. Ontspannen. Niets doen. Op mijn handen zitten. Een van de dingen die ik super moeilijk vind. ‘Il dolce far niente’ betekent letterlijk de ‘zaligheid van het nietsdoen;’ een edele kunst die Italianen al eeuwenlang beoefenen. En als ik het ergens kan leren, moet het daar zijn dacht ik. Op naar Italië, dus!

Uitzicht vanaf Gran Madre
Uitzicht vanaf de Gran Madre op het Piazza Vittorio Veneto.

Imparare l’italiano: Italiaans leren in Turijn!

Naast de kunst van het nietsdoen, vertrok ik natuurlijk ook naar Italië voor het goddelijke eten, de wijnen uit de regio en… om de taal te leren! En dat is maar goed ook, want in Turijn spreken ze over het algemeen niet echt Engels. Via de gerenommeerde talenschool Ciao Italy mocht ik een week een intensieve talencursus Italiaans volgen. Gelukkig was deze cursus voor beginners, want verder dan ‘buongiorno’ en ‘quanto costa’ kwam ik niet. Negen van de tien keer gooide ik er zelfs nog wat Spaans doorheen… Afijn, maandagmorgen om 9.00 uur sharp stond ik voor de school, waar ik Chiara ontmoette. Een lieve Italiaanse vrouw met een nooit-aflatende glimlach (zie foto) die met hart en ziel haar talenschool runt. Zo’n 10 jaar geleden opende ze de schooldeuren en verwelkomt sindsdien studenten van over de hele wereld. Ik kan oprecht iedereen aanraden eens een talencursus te volgen (sorry hoor, maar HOE leuk als je je eigen eten kunt bestellen in het Italiaans?).

Ja en mocht je dan naar Turijn gaan (eh hallo, doen!): schrijf je dan in bij Ciao Italy. Je leert razendsnel de taal en naast de klasuren organiseren ze ook allerlei activiteiten zoals kookworkshops, etentjes, stadstours, noem maar op. Je krijgt er gratis een Italiaanse familie bij. Daarnaast sta je verbaasd te kijken hoeveel je kunt leren in slechts 20 lesuren. Alsof je een week bij de nonnen bent geweest In Vught. (Overigens spreek je na één week intensief les natuurlijk nog geen vloeiend Italiaans, maar je komt er al aardig mee uit de voeten!)

Met Chiara bij Ciao Italy!
Met Chiara bij Ciao Italy!

Solo travel: op eigen houtje naar Italië

Ik heb niet bijgehouden hoe vaak ik de vraag wel niet kreeg. ‘Ga je echt alleen?’ Ehm, ja. ‘Naar Italië, een hele maand?’ Ja, ongeveer wel ja. ‘En je kent daar niemand?’ Nope. Ik ben eerlijk gezegd een beetje verbaasd over hóe verbaasd mensen erover zijn. Maar ik kan het iedereen aanraden. Ik blijf het zeggen: mocht je een maandje vanuit een ander land je werk kunnen doen, doe het! Zo hoef je niet op een stedentrip gestrest alle highlights in een week af te vinken met blaren en al, leer je een stad pas écht kennen en wie weet spreek je daarna ook nog een aardig woordje over de grens. Daarnaast is alleen reizen ook nog eens knetter leerzaam. Je hebt alle vrijheid en je hoeft met niets en niemand rekening te houden. Klinkt toch heerlijk?

Piazza Vittorio Veneto
Piazza Vittorio Veneto
soloreizen Italië
Aperitivo-uur werd mijn nieuwe happy hour ♡

Slow Food Movement in Turijn

Ja, we weten allemaal dat Italië een hemelse plek is voor foodies. Maar met name Turijn! De basiskwaliteit van het eten ligt hier belachelijk hoog en de prijzen verrassend laag. Het is niet voor niets de geboorte plaats van de Slow Food Movement, de tegenhanger van fast food. Het doel is het steevast blijven leveren van kwalitatieve, lokale producten en het behouden van ambachtelijke kennis en vaardigheden. Daarnaast staat Turijn bekend om de aperitivo traditie. En dit beste mensen, is echt werelds! Het aperitivo concept is ooit ontstaan eind 18e eeuw in Turijn, maar is inmiddels bekend in heel Italië.

Schuif rond een uur of 19.00/19.30 uur je knietjes onder een strak gedekt tafeltje op Piazza Vittorio Veneto of schuif aan bij een van de gezellige tafeltjes in de wijk Quadrilatero (mijn favoriet!). Bestel een Aperol Spritz en laat de hapjes maar komen! Je betaalt vaak zo’n 12 euro (inclusief wijn/cocktail) en dan krijg je een plank met verschillende soorten kazen, vlees, focaccia en dergelijke. Of je betaalt 6 euro voor een cocktail en krijgt wat focaccia, olijven en zoutjes erbij. Soms kun je zelf opscheppen en proeven van een uitgebreid buffet met verse goddelijkheden. (Oh en natúúrlijk komt nog een blog aan met de beste hotspots van Turijn!).

Een aperitivo plank bij Pastis (a la carte)
Een aperitivo plank (à la carte) bij Pastis in de oude wijk Quadrilatero 

Waarom ik dol ben op Turijn. En jij waarschijnlijk ook.

Je kent vast die eeuwig durende wachtrijen in de brandende zon voor het Colosseum in Rome of het Uffizi in Florence. Dan is Turijn echt een verademing. Ik zat soms op het terras en dan was ik (over)duidelijk de enige toerist. Daar zat ik dan, tussen de opgedofte donna’s op hakkken, met rood gestifte lippen en designertas, in m’n gerafelde Levis broekkie, crop-top en afgetrapte Nikes.

Naast de Italiaanse keuken, zijn ook de prijskaarten aantrekkelijk in Turijn. Voor een cappuccino betaal je hier 1,30 euro, ongeacht of je uitkijkt op een historisch plein, of ergens op een wankelend stoeltje zit in een van de smalle vicoli (zijstraatjes). Weinig toeristen, lage prijzen en rijke historie. De stad ademt nog altijd allure en een zekere aristocratie. Je aanschouwt Renaissance en Barok architecturen, eeuwenoude paleizen en grande piazza’s met kilometerslange arcaden. What’s not to love? 

Piazza San Carlo Turijn
Het Piazza San Carlo in Turijn
Pics or it didn't happen
Pics or it didn’t happen

De leukste Airbnb in Turijn

Vergeet even de standaard Italië-stedentrip naar het met toeristen overladen Florence, Cinque Terre, Venetië of Milaan. En pak je biezen richting Turijn. Ja echt, gewoon doen. Mocht het tegenvallen, krijg je je geld terug. Persoonlijk. Van mij. Oh, en mocht je nog een fijn huisje zoeken in Turijn, huur dan via Airbnb de poppige studio van Elisa in de mooie wijk Gran Madre. Gelegen aan de Corso Moncalieri, langs de weelderige oever van de rivier de Po. Loop de brug over en je staat midden op het prachtige Piazza Vittorio Veneto!

Kortom: Turijn zal je niet teleurstellen. I solemnly pizza promise you that. Stuur je nog ff een fotootje? Vind ik namelijk super leuk.

Digital nomad in Italië

Meer blogs over Italië? Die lees je hier!
Beeld: Dario Dusio / Cathelijn Paling

Continue Reading

Een mega vakantiekater.

Kelingking beach Nusa Penida

07.11 uur. Ik rek me uit in bed en voel met mijn tenen alweer de andere kant van mijn muur. Welkom in mijn knusse slaapkamer (6,1m2) middenin de Baarsjes waar ik met bloed en zweet (geen tranen, kom op zeg) een 1.80 box spring in heb gepropt. Zo ben ik dan ook wel weer.

Ik schuif m’n gordijn opzij en werp een blik naar buiten. Ik zie een grauwe, grijze lucht. Een perfect beklinkerde straat omzoomd met kale, droevig uitziende bomen. En een groene container vergezeld met blauwe dixie om het af te maken. Subliem plaatje zo.

De zon is ver te zoeken. Net als de wuivende groene palmbladeren, scheurende scootertjes met surfboard of regenboog smoothiebowls met drakenfruit. ‘Helemaal knudde met een rietje dit,’ zou m’n oma hebben gezegd.

Tussen ‘t luizenmoedervolk
Goed. Ik ben dus weer thuis. In Amsterdam. En ik kan je vertellen dat – na een maand op Bali (lees: 32 graden) – dat best even wennen is. Iets met koud en een kermis. Je weet ook, het moment dat je je backpack van die bagageband sleurt, wat je te wachten staat aan de andere kant van die  automatische schuifdeuren. ‘Het echte leven.’ Grappig genoeg is het niet zozeer de temperatuur waaraan ik moet wennen. Het acclimatiseren zit ‘m meer in dat uber Hollands beschaafde leven. Waar je om 17.30 uur in de file staat in de Heijn, boodschappend tussen ’t luizenmoedervolk. Waar iedereen praat over Heel Holland bakt in volle euforie. En waar je op een doordeweekse dag om 09.00 uur wordt verwacht met je knietjes onder een bureau druk aan de bak, want: presteren.

Frappant weetje: op de (werk)vloer van mijn co-work in Bali vroeg men niet hoe je je geld verdiende. Of voor welke glansrijke titels je allemaal wel niet schreef. Nee. Men vroeg wel hoeveel uur je per week werkte. En daar was alles mee gezegd.

Als de kat van huis is…
In deze blog schreef ik al over hoe angstaanjagend snel ik mij thuis kan voelen in een ander land. Pak ‘m beet zo’n 10.049 kilometer verderop. En ik vraag me dus af of iedereen dit heeft… Ik ontgrendel mijn slimme telefoon en scroll door de tientallen appjes van die groene babbelapp.

‘Hi Cathie, hoe gaat het met je terug-zijn-ongelukkigheid?’

Dit stuurt mijn (Bali) vriendin Lianne Marije Sanders. Ik kijk nog eens naar buiten en denk: ‘bar slecht.’ Dat blije eiland leven voelt ineens als een vurig gemis. Als een soort omgekeerde heimwee. Doe mij maar weer die grandioze kraters in de weg, gestoord mooie zonsondergangen en die continue zweetsnor. Zonder trambanen, vijf verdiepingen of rode stoplichten.

Feit is, als de kat van huis is, danst deze kat dus mooi op tafel.

Continue Reading

Al na een week op Bali voel ik me thuis

Digital Nomad op Bali

Op mijn 19e vertrok ik voor 4 maanden naar Edinburgh, Schotland. Met een enkeltje tussen m’n vingers, stapte ik aan boord van één van die rammelende, vliegende autobussen van meneer Tony Ryan. Sindsdien neem ik me kéér op keer voor mijzelf nooit meer in die bouwpakketkisten te laten vervoeren. Maar in plaats van de angst voor neerstorten, zit de angst ‘m bij mij toch steeds in de portemonnee. En wint de prijsvechter het nog altijd van mijn utopische vliegangst.

 

Voor de oordelende lezers: dit enkeltje kostte mij welgeteld 16 euro. Ik herhaal: zestien euro. Kom op, dat doe je dan toch alleen al voor het verhaal? 

 

Goed. Daar stond ik dan. Voor m’n Schotse knalblauwe voordeur aan Steward Terrace. Niet wetende welke kant ik op moest voor de Uni, het centrum, of de supermarkt. Ik heb mij dan ook de eerste week zeer frequent afgevraagd waarom ik in me in hemelsnaam had opgegeven voor zo’n exchange program. En waarom in DE WERELD (letterlijk) ik dan koos voor SCHOTLAND. De eerste 36 uur was er non-stop regen. Nog nooit zoiets meegemaakt.

Voor even, voelde ik mij de grootste treurwilg op aard. Maar na 1,5 week wist ik het plekje in die ene Starbucks met het beste uitzicht op ’t eeuwenoude Edinburgh Kasteel, dat trots prijkt op de gedoofde vulkaan. Maakte ik vriendinnen die ik nu nóg spreek (10 jaar later). En kocht de Indiase Delihouder op de hoek – ongevraagd – speciaal voor mij Hollands beschuit in. Van Bolletje. Ja echt. Dus dat kocht ik elke week maar braaf.

‘Het is bijzonder, en goed te weten dat je overal een thuis kun creëren’, vertelde mijn moeder mij destijds. En daar moest ik vanochtend ineens aan denken, stappend door m’n Balinese uitgesneden houten voordeurtje, waar wij Hollandse maiden toch telkens effe voor moeten bukken.

Op tempo-slak (lees: 5 km per uur) tuf ik ons straatje uit op m’n scootertje, met de brandende zon op m’n toet. Op weg naar een van mijn favo koffietentjes hier in Canggu. Ik weet inmiddels de weg (voor zover dat mogelijk is met mijn portie richtingsgevoel). Mensen kennen mijn naam en ik die van hen. En ik weet wanneer ik nog net op tijd kan in-tunen voor die gestoord mooie zonsondergang.

Ik voel me thuis.

(28 februari zet ik mijn voetjes helaas alweer op het toestel terug naar Amsterdam. Op een Boeing 737-800 – dat dan weer wel. Thank God).

 

Meer blogs over Bali? Die lees je hier!

Continue Reading